Lange tijd heb ik geleefd met de illusie dat ik mijn manier van omgaan met eten niet kon missen. Mijn eetprobleem was mijn vijand, maar ook mijn beste vriendin – dacht ik.

Eenmaal op het spoor van ‘Uit de ban van eetbuien’, bleek ik die zogenaamde vriendschap al behoorlijk zat te zijn, getuige onderstaande brieven aan beide gedaanten:

 

Liefste Medusa,

Wij kennen elkaar nu al heel lang, beide zijn we in die periode veel veranderd. Ik heb je nooit laten weten hoe dankbaar en gelukkig ik ben met jou als vriendin, dus daar is het nu wel de hoogste tijd voor.

Op mijn zestiende hebben wij elkaar ontmoet. Ik overdrijf niet als ik zeg dat jij mij hebt gered. Zonder jou had ik de periode die ik door moest maken niet overleefd. Je liet me hongeren en gaf me het gevoel van kracht dat ik nodig had. Terwijl pijn, verdriet en eenzaamheid verstilden en uiteindelijk helemaal verdwenen.

Door de jaren heen was je steeds bij mij. Nooit week je van mijn zij, al was je soms heel duidelijk, soms wat minder aanwezig. Toen ik gedwongen werd om te eten, leerde jij mij hoe ik me daartegen teweer kon stellen, tot welke middelen ik mijn toevlucht kon nemen. Je gaf me controle over mijn leven. Dankzij jou kreeg niets en niemand mij kapot!

Na mijn opname in het ziekenhuis had je een grondige gedaanteverwisseling ondergaan. Even dacht ik dat ik je kwijt was. Maar je was er nog steeds, mijn oude vertrouwde vriendin die me hielp om vervelende dingen niet te hoeven voelen – noch in het heden, noch in het verleden. Je hebt me nooit in de steek gelaten.

Altijd stond je naast me wanneer ik behoefte had aan verdoving en bescherming.

Intussen heb je een laag gecreëerd tussen mij en de buitenwereld. Zo houd je me warm. Zo maak je dat ik me veilig voel en beschut. Ik sta versteld van je creativiteit en veelzijdigheid door de jaren heen. Van je loyaliteit en je toewijding. Zodra ik ergens last van krijg, sta je voor me klaar. Je zorgt ervoor dat ik de pijn van het leven niet hoef te dragen. Daar ben ik je intens dankbaar voor.

 


 

Medusa,

Ik ben je grondig zat en het wordt tijd dat dat eens tot je doordringt en je me eindelijk met rust laat. Je bent een valse vriendin. Je leek mijn redding tijdens mijn middelbare schoolperiode. In werkelijkheid stortte je me in het ongeluk. Want sinds onze kennismaking is er herrie en oorlog in mijn hoofd.

Je maakte me moe toen wij elkaar ontmoetten en je maakt me nog steeds moe. Door jou kan ik geen vrij en ontspannen leven leiden. De hele dag denk ik aan eten, calorieën en hoe ik die weer moet verbranden. Uit eten gaan is lastig, bij anderen eten is lastig. In een hoop situaties breng je me in verlegenheid. In het verleden heb je je laten stelen en eten uit vuilnisbakken als een zwerver. Je hebt me laten liegen, trillen en zweten als een junk die aan zijn heroïneshot toe was. Medusa, het is mensonterend zoals jij te werk gaat. Ook nu nog bezorg je me aldoor stress.

Je laat me dingen eten die niet goed voor mij zijn. Andere keren maak je me wijs dat ik niet kan eten en beroof je me van de voedingsstoffen die ik zo nodig heb. Je geeft me valse hoop, want als de verdoving is uitgewerkt, voel ik opnieuw pijn. En ondertussen misvorm je mijn lichaam en creëer je een laag tussen mij en de buitenwereld. Zonder jou had mijn lichaam nu zijn natuurlijke, slanke zelf kunnen zijn. Mijn maag en darmen heb je beschadigd.

Ik wil rust in mijn hoofd. Ik wil voelen waar mijn lichaam behoefte aan heeft en datgene tot me nemen waarmee ik het een dienst bewijs. Jij maakt het alleen maar kapot. Ik wil voelen dat ik ook een goed mens kan zijn, zonder dat jij mij van binnen tot de grond toe afbrandt. Ik wil genieten van het leven. Het is van mij!

Je hebt jaren van mijn leven gestolen. Terugkrijgen kan ik ze niet. Maar ik zeg je een ding:

HIERBIJ EIS IK OP ALLE JAREN DIE DE REST VAN MIJN LEVEN ZULLEN VORMEN.

GA!!!